Amarenomyces ammophilae

Nederlandse naam: Helmgrasvulkaanje
NMV soortcode: 1103010
blad 5a

blad 5b

 

E. Batten

20 november 2002

Beste Mels,

     Door ongewone drukte een wat laat antwoord op je brief met de pyrenomyceet op helm. Je identificatie is gechecked door Sheila en juist bevonden. We hebben hem hier ook op de kust aangetroffen. De naam is echter gewijzigd: hij is ondergebracht in een ander genus, en de naam moet nu luiden: Amarenomyces ammophilae (Lasch) Eriksson. Ik berg hem op in mijn herbarium.

     Dank voor je goede wensen voor mijn arm, die aardig verbeterd is: de gruwelijke pijnen zijn verdwenen en ik kan voorzichtig weer wat op excursie, wat microscopiseren en ook wat schrijven. Ik had een zeer deskundige physiotherapeute en heb sinds afgelopen maandag massage, dat hopelijk de zaak verbetert.

     Overigens sluit ik hierbij voor je in een dia van de ascus tops van de Ombrophila, die je eerder zond en die officieel nog Phaeohelotium lilacinum heet.

     Verder iets, waar je misschien wat aan hebt: ik heb nu voor het tweede jaar op zeer vochtig liggende half vergane blaadjes van Salix cinerea (de "grauwe wilg"), enkele interessante soorten gevonden: Urceolella graddonii, met grote glazige "haren" (in E&E nog: Hyalotricha salicicola) en dit jaar iets, dat alleen nog bekend is uit Slowakije en Finland: een grijs schijfje met wit randje (diameter tot 0.3 mm!) in groepjes, genaamd: Microscypha cejpii, zelfs op twee plaatsen in onze omgeving! Misschien iets om naar uit te kijken in jouw omgeving: een grauwe wilg op vochtige bodem moet dicht bij te vinden zijn; je moet er wel de tijd voor nemen: beide soorten zijn schaars het kostte me een week gelden een uur om twee halve, fragiele blaadjes met de laatste soort te vinden! De beste kansen zijn in mijn ervaring de eerste twee weken van november.

     Veel succes met je excursies en tot wederhorens.
     Met hartelijke groeten, ook van Shiela, van

                                     Ed.